GLOSSAIRE : I

 

Invangen                                                    

Het uit de omgeving (bijv. atmosfeer) opnemen van een deeltje (bijv. een neutron) in de kern van het atoom.

 

Ionenwisseling        

Een moderne methode om stoffen te scheiden. Een mengsel wordt aangebracht op een ionenwisselaar – meestal een harssoort met een verschillende bindingssterkte voor diverse ionen. Wanneer je een oplosmiddel over de wisselaar laat lopen, wordt – afhankelijk van het soort oplosmiddel – een welbepaald ion opgelost, terwijl de rest gebonden blijft. 

Bij sommige wisselaars is het mogelijk alle positieve of negatieve ionen te vervangen door H+ respectievelijk OH- ionen, waardoor zuiver (gedemineraliseerd) water ontstaat. De apparaten om leidingwater te ontkalken werken volgens dit principe.

 

Isotoop                                                              

Isotopen zijn atomen van hetzelfde element met een verschillende opbouw van de atoomkern (verschillend aantal neutronen). Vrijwel alle elementen – ook in de natuur – hebben isotopen. 

 

ICP-spectroscopie                                                

“Inducted Coupled Plasma” spectroscopie (Inductief gekoppelde plasma spectroscopie). Een vorm van spectraalanalyse, waarbij het uitzenden van voor de stof kenmerkende straling (het spectrum) wordt geļnitieerd door geļoniseerd gas (meestal argon) met een hoge energie. 

 

IUPAC                                                                 

De International Union of Pure and Applied Chemistry; de internationale organisatie die zich onder meer uitspreekt over de naamgeving van elementen en verbindingen.